zaterdag 12 april 2008

Kaap de Goede Hoop



Ons ritje naar de meest zuidwestelijke punt van Afrika, Cape Point, was verfrissend. Niet dat het koud was. Het was 23 graden en meestal scheen de zon. Maar niet rond de vuurtoren. Die lag in de mist. Die ligt meestal in de mist. De ironie daarvan staat me wel aan: een vuurtoren die niet zichtbaar is, en een uitzichtpunt waar je niets kunt zien.

Na alle moeite die men zich getroostte om boven op de berg een vuurtoren te bouwen, was het al snel duidelijk dat die toren beter lager gebouwd had kunnen worden, waar het zicht veel beter was. En daar is in 1919 dan ook een nieuwe gebouwd. Maar de toeristen mogen nog naar de oude. Dat is nog een hele klim als je zoals de meeste toeristen vandaag, een oud en zwaar lijf hebt. Op het hoogtepunt sta je dan op een klein plateautje in de mist.

Dus weer snel naar beneden. Vele bordjes waarschuwen je dat de apen (baboons) hier gevaarlijk zijn en dat je ze vooral niet met eten moet lokken. En wat zie je: een restaurant dat de heerlijkste geuren verspreidt en een winkel vol snoep en eetwaar. Daar komen die apen graag op af. Als wij achter de cappuccino zitten, springt er een op de tafel van onze buren. Ze graait een volle hand salade met gamba’s uit een bak, stopt het in haar mond, pikt met haar andere hand een paar stukken mango uit een cocktail, en verdwijnt weer. Dan komt een ober die met een katapult steentjes in de bosjes schiet. Ondertussen wordt uit de handen van een meisje dat op schoolreisje is een zak met chips gesnaaid. “We zouden ze moeten afschieten”, moppert een serveerster. Maar dat mag niet, want het is een beschermde diersoort.

Als je de apen op de rotsen rond het restaurant ziet zitten, krijg je het idee dat zij de grap er wel van inzien. Mensen lastig vallen, en toch door ze beschermd worden. Het publiek waarschuwen dat ze niet met eten moeten rond lopen en wel een restaurant en winkel exploiteren.

De Kaap zelf is waarschijnlijk de bron van alle ironie: nergens zoveel scheepswrakken als bij Kaap de Goede Hoop. Bartolomeus Dias, die hier in 1488 als eerste voer, noemde het nog Cabo Tormentoso (kaap van de stormen). Een Portugese koning heeft daar later Kaap de Goede Hoop van gemaakt. Die twee namen laten het al zien: hoop en verraderlijkheid gaan samen. Een frisse kijk op het leven. Vooral als het zich alleen maar toont in de mist om een vuurtoren.

Geen opmerkingen: