donderdag 17 april 2008

Over pinguins, mensen en hekken

Pinguïns zijn net mensen. Ze trekken weg als er te weinig te eten is. De eerste pinguïns die in 1983 in Simon’s Town kwamen, een havenplaats aan False Bay ten oosten van het Kaapse schiereiland, waren economisch vluchtelingen. Aan de westkust, waar ze vandaan kwamen, was op dat moment geen eten voor ze. Door overbevissing waren alle sardientjes op. En in Simon’s Town was het kennelijk goed toeven: veilig, genoeg te eten, en een goeie plek om kinderen groot te brengen. Nu zijn ze met vierduizend een toeristische attractie van jewelste. Dat ging niet zonder slag of stoot. De autochtone bevolking protesteerde aanvankelijk heftig omdat de pinguïns in hun tuinen kwamen, een hoop lawaai maakten en hun huisdieren lastig vielen. Maar een hek deed wonderen. De bewoners hadden geen last meer van de vluchtelingen, en de pinguïns zaten in een overzichtelijk gebied waar je een looproute in kon aanleggen en een kassa voor kon zetten. Pinguïns tevreden, mensen tevreden.

Net als pinguïns deden, vertrok Jan Alkema in 1935 uit Harlingen omdat er niet meer voldoende eten was. In november 1934 schrijft hij in een brief aan zijn broer, die naar Canada was gemigreerd: “Zo langzamerhand beginnen we in te zien, dat wanneer we blijven voortleven op dezelfde voet als voorheen ons kapitaal steeds inteert. De kapitaalsvermindering was per jaar over de jaren 1931-32-33 ongeveer f 2000. Wanneer het slechts enigszins te zien was dat Harlingen in welvaart vooruit ging zou men nog andere overwegingen kunnen hebben. Het tegendeel is het geval: Harlingen gaat in ’t geheel Stavooren achterna. … ik zal m’n weg door het leven ergens anders moeten zoeken…” En dat deed hij. Hij ging naar Zuid Afrika, vond daar voldoende werk om te kunnen eten en kinderen groot te brengen en mengde zich tussen de blanken die daar al woonden.

Maar wat de pinguïns wel goed afging – vreedzaam samenleven met de autochtone bevolking – mislukte bij de blanken in Zuid Afrika. Daar kon niet zo makkelijk een hek om gezet worden. Hun drang om steeds maar meer te willen, werd niet ingedamd. Integendeel: zij zetten juist een hek om de autochtone bevolking. Zo werkt het dus niet. Maar hoe dan wel?

Misschien zouden mensen wat van pinguïns kunnen opsteken? De eerste pinguïnles lijkt me dat je moet leren leven met je tekorten. Ondanks hun onbeholpen loopje zijn pinguïns trotse, maar zeker geen hooghartige beesten. Ze lijken onhandig in elkaar te zitten, maar daar trekken ze zich niets van aan. Ze zijn niet gemaakt om te lopen, zo lijkt het, maar toch kunnen ze met geheven borst prachtig paraderen. Ze hebben wel vleugels, maar zijn niet gemaakt om te vliegen. Geen nood, dan leggen ze hun eieren wel op de grond. Even wat zand wegvegen, en het nest is klaar. En door hun zware botten is hun drijfvermogen ook al niet zo best. Maar al die schijnbare tekortkomingen veranderen in hun tegendeel al ze diep onder water zijn. Dan zijn het net torpedo’s, zo snel als ze gaan. Maar ze willen ook graag aan land. En dan is het roeien met de riemen die je hebt. En dat doen ze met flair.

Pinguïn les twee: eeuwige trouw. Pinguïn paren blijven hun hele leven bij elkaar. En daar lijken ze heel tevreden mee. Niet steeds maar meer, en steeds maar iets anders.

Les drie: gelijke taakverdeling. Het pinguïnvrouwtje legt dan wel de eieren - meestal niet meer dan twee, in een a twee dagen achter elkaar -, maar daarna gaan man en vrouw er even lang op broeden. Om de tweeeneenhalve dag wisselen ze elkaar af. Gaat de ene broeden, duikt de ander in het water en gaat op jacht. Na zo’n zwemperiode komt het mannetje, of vrouwtje, de zee uitstappen en loopt zigzaggend tussen de nesten van anderen op zijn eigen nest af. Onderweg een houtje meepikkend, alsof ze op het laatst nog iets voor thuis willen meenemen. Dat maakt de thuiskomst nog spannend, want de buren doen verwoede pogingen om dat houtje af te pakken. En als de thuiskomer met zijn houtje bij het eigen nest komt, laat hij het achteloos in het nest vallen. De partner had hem al zien aankomen en heft haar kop. Als de thuiskomer zijn plek op het ei inneemt, strekt de ander zich helemaal uit, flapt met de vleugels, kijkt in het rond, aarzelt nog even, loopt dan statig waggelend de zee in, houdt de kop nog even als een duikboot boven water, en verdwijnt dan uit zicht, om 60 uur later zijn broedtaak weer over te nemen. En als ze eerder terugkomt, liggen ze nog even naast elkaar, tot het tijd is voor de wissel.

Na 40 dagen breken de baby pinguïns uit hun schalen, en voeden pa en ma ze 30 dagen om de beurt met half voorverteerde visjes. Dan is het tijd om afscheid te nemen en zoeken de kinderen gezelschap van hun leeftijdgenoten om met hen verder te gaan en na een jaar of drie een partner uit te zoeken.

Samenwerken dus, én ieder zijn eigen leven. Zo af en toe moet iemand een hek plaatsen, dat wel. Tot hier en niet verder. Dat deed de VOC ook toen het nog goed met ze ging. De Van der Stellen (gouverneurs in de 17e en 18e eeuw) boerden zo goed met hun grote wijnboerderijen dat ze er steeds meer slaven op na gingen houden (ze hadden er op een gegeven moment 200 en mochten er maar 20, want slaven waren op rantsoen, omdat ze helemaal uit Azië gehaald moesten worden). Bovendien eigenden ze zich het alleenrecht toe om te vissen in de False Bay. Dat zette kwaad bloed bij de andere bewoners. Waarop de VOC verordonneerde dat de Van der Stellen terug moesten naar Nederland. Maar ze hebben wel een mooi landgoed achtergelaten, waar de Clintons nog logeerden.

Het kan raar lopen als je niet op de juiste tijd en plaats een hek zet. Zoals de blanke immigranten die eerst de autochtonen achter hekken zetten, en nu zichzelf. Dat is niet helemaal goed gegaan. Waar de hekken wel gezet moeten worden, is nog even uitzoeken.

maandag 14 april 2008

De hond van Simonstad


De hond van Simonstad
De bekendste historische figuur uit Simon’s Town is niet VOC-gouverneur Simon van der Stel, maar een hond. Hij heeft een standbeeld op het centrale plein, en is onder het afvuren van saluutschoten begraven. Als je wilt kun je zijn graf bezoeken op het marinekerkhof.
Die hond is de enige die een standbeeld heeft gekregen in Simonstad. En dat is niet zo gek, want zo’n hond is rassenneutraal. En dat is wel een verademing hier, waar wit en zwart elkaar graag voor hond uitmaakt.
Je hoeft niet lang met sommige blanken te praten om te horen dat zwarten in wezen barbaars zijn en dicht bij de beesten staan. Kijk hoe ze elkaar verscheuren, wordt dan gezegd, democratie is vreemd voor ze. Ze vinden het normaal om iemand naar de strot te vliegen als hij er een andere mening op nahoudt.
Die opvatting wordt dezer dagen weer gevoed door het gedrag van de leiders van de jongerenafdeling van het ANC. Op hun laatste congres gingen ze elkaar met flessen te lijf, vergeleken intellectuelen met honden, en uitten hun mening door hun broek te laten zakken. Dat heeft veel mensen geschokt. Het zijn tenslotte de leiders van morgen. Want dat het ANC het voorlopig voor het zeggen heeft, staat wel vast.
Maar wit laat zich ook niet altijd even genuanceerd uit. De columnist David Bullard is net ontslagen, omdat hij schreef dat zwarten domme beesten zijn. Eerder had hij beweerd dat de zwarte delegatie waarmee Clinton naar Zuid Afrika kwam vast blij was dat hun voorouders als slaven naar de VS waren verscheept, nu ze konden zien hoe het met hun achtergebleven soortgenoten was gesteld.
Zo maakt men elkaar over en weer graag voor beest uit, terwijl de echte beesten worden vereerd. Zoals de hond van Simon’s Town. En dat omdat hij zo discrimineerde.
In de Tweede Wereldoorlog werd hij maatje van iedereen die een marine-uniform droeg en was ieder ander tot last. Als mariniers ter verpozing naar Kaapstad gingen begeleidde hij hen in de trein en zorgde ervoor dat ze ondanks dronkenschap ongehavend terugkeerden. Tot ergernis van de passagiers nam de hond twee zitplaatsen in beslag. Regelmatig werd het beest door conducteurs de trein uitgezet. Dan wachtte hij op het perron tot de volgende trein of liep naar het dichtstbijzijnde station om daar weer op de trein te stappen. Op een gegeven moment besloot de marine hem officieel als marinier in te kwartieren, zodat hij op hun kosten een treinkaartje kon krijgen. "Hoe heet hij", vroeg de officier die hem moest inschrijven. "Nuisance", mijnheer, zei zijn begeleider. "En wat nog meer?" "Just nuisance, sir." Vanaf die tijd heet de hond Just Nuisance. Beroep? Bottenkraker. Religie? Heilige Honden Liga, anti-vivisectie.
‘Abel seaman’ Just Nuisance ondertekende de papieren met een afdruk van zijn poot. Hij kreeg een zeemanspet met zijn naam, en rang en nummer kwamen op zijn halsband te staan. In 1941 is hij getrouwd met zijn grote liefde Adinda. Ze kregen vijf kinderen. In 1944 kreeg Just Nuisance eervol ontslag. Een boek over hem en kaarten met zijn afbeelding had de marine veel geld opgeleverd. Op 1 april (nuisance day) viert Simon’s Town zijn verjaardag.

zaterdag 12 april 2008

Kaap de Goede Hoop



Ons ritje naar de meest zuidwestelijke punt van Afrika, Cape Point, was verfrissend. Niet dat het koud was. Het was 23 graden en meestal scheen de zon. Maar niet rond de vuurtoren. Die lag in de mist. Die ligt meestal in de mist. De ironie daarvan staat me wel aan: een vuurtoren die niet zichtbaar is, en een uitzichtpunt waar je niets kunt zien.

Na alle moeite die men zich getroostte om boven op de berg een vuurtoren te bouwen, was het al snel duidelijk dat die toren beter lager gebouwd had kunnen worden, waar het zicht veel beter was. En daar is in 1919 dan ook een nieuwe gebouwd. Maar de toeristen mogen nog naar de oude. Dat is nog een hele klim als je zoals de meeste toeristen vandaag, een oud en zwaar lijf hebt. Op het hoogtepunt sta je dan op een klein plateautje in de mist.

Dus weer snel naar beneden. Vele bordjes waarschuwen je dat de apen (baboons) hier gevaarlijk zijn en dat je ze vooral niet met eten moet lokken. En wat zie je: een restaurant dat de heerlijkste geuren verspreidt en een winkel vol snoep en eetwaar. Daar komen die apen graag op af. Als wij achter de cappuccino zitten, springt er een op de tafel van onze buren. Ze graait een volle hand salade met gamba’s uit een bak, stopt het in haar mond, pikt met haar andere hand een paar stukken mango uit een cocktail, en verdwijnt weer. Dan komt een ober die met een katapult steentjes in de bosjes schiet. Ondertussen wordt uit de handen van een meisje dat op schoolreisje is een zak met chips gesnaaid. “We zouden ze moeten afschieten”, moppert een serveerster. Maar dat mag niet, want het is een beschermde diersoort.

Als je de apen op de rotsen rond het restaurant ziet zitten, krijg je het idee dat zij de grap er wel van inzien. Mensen lastig vallen, en toch door ze beschermd worden. Het publiek waarschuwen dat ze niet met eten moeten rond lopen en wel een restaurant en winkel exploiteren.

De Kaap zelf is waarschijnlijk de bron van alle ironie: nergens zoveel scheepswrakken als bij Kaap de Goede Hoop. Bartolomeus Dias, die hier in 1488 als eerste voer, noemde het nog Cabo Tormentoso (kaap van de stormen). Een Portugese koning heeft daar later Kaap de Goede Hoop van gemaakt. Die twee namen laten het al zien: hoop en verraderlijkheid gaan samen. Een frisse kijk op het leven. Vooral als het zich alleen maar toont in de mist om een vuurtoren.

donderdag 10 april 2008

Angst



“We zijn net kikkers in een pan”, zegt Cathrien, het water waar we in zitten wordt steeds heter, maar we springen er niet uit.” Cathrien, 59, is tweede generatie Nederlander in Zuid Afrika. Ze is gescheiden, heeft drie volwassen dochters en een zoon, en woont in een buitenwijk van Kaapstad. Haar huis heeft acht kamers, in de tuin is een zwembad, en voor de garagedeuren staat een witte BMW. Een muur van twee meter hoog omheint het terrein. En de voordeur wordt nog afgeschermd door een ijzeren hek dat ook overdag op slot gaat. Naast het hek een bord van de particuliere beveiligingsorganisatie ADT “armed response” staat erop. 24 uur per dag rijdt er op kosten van de bewoners een patrouilleauto door de wijk.

Is dat allemaal nodig? Als je er niet aan meedoet, ben je het volgende slachtoffer. Maar ook in deze moderne forten kun je nog steeds ongewenst bezoek krijgen. “Ze worden steeds slimmer”, zegt Cathrien. “En ook steeds gewelddadiger.”

De verhalen die je hoort zijn inderdaad afschuwelijk. Vrouwen die worden vastgebonden, verkracht, en de keel wordt doorgesneden. Gisteren zette we de tv aan: eerste bericht: bende overvalt gezin en laat meisje in draaiende wasmachine achter. Vandaag in de krant: gezin voor de tweede keer overvallen; overvallers schieten op beveiligers en ontsnappen.

Bij ons zit de angst er binnen een week ook al aardig in. In Kaapstad namen we ‘s avonds de auto om naar restaurant Paradiso te gaan dat 200 meter van ons guesthouse af ligt. En ik keek er niet van op dat onze huur auto overdag was opengebroken. En nu zitten we in een luxe appartement in Simon’s town, een kustplaats op nog geen 40 kilometer van Kaapstad. De jacuzzi in de overdekte tuin uitzicht biedt uitzicht op zee, net als het terras van ruim 100 m2, waar de zwarte bediende ons ’s ochtends een uitgelezen ontbijt serveert. Geweldige luxe voor weinig geld. Maar we slapen slecht omdat er geen hek om ons huis staat.

Particulieren geven nu in Zuid Afrika bijna net zoveel aan beveiliging uit als de overheid: 40 miljard per jaar, 18 keer zoveel als tien jaar geleden. Met dat geld betalen ze voor bewakers, elektrische hekken, beveiligingscamera’s, waakhonden en surveillanten.

Iedere dag staan er in de kranten opinie-artikelen die op een of andere manier te maken hebben met het geweld. Sommigen spreken van een progrom tegen de blanken. Mbeki had een vrouw voor racist uitgemaakt die in haar weblog schreef dat blanken vanwege het zwarte geweld het land verlaten. De waarheid is geen racisme, schreef ze terug. Nu werkt ze aan een boek met alle reacties die ze op haar weblog kreeg.

20 % van de blanken verlaat het land. Vooral jonge gezinnen: ze zien hier geen toekomst voor hun kinderen. Uit een ander onderzoek bleek dat nog maar 31% van de blanken vertrouwen heeft in de toekomst van dit land, tegenover 76% van de zwarten en 37% van de kleurlingen.

De blanke studenten die we gesproken hebben willen ook allemaal na hun studie het land uit. De kinderen van Cathrien wonen en werken in Namibie, of willen daarheen.

Maar Cathrien zelf blijft. “Ik zal sterven in dit land”, zegt ze. “Dit land kleeft aan je.” En haar broer Tjeerd denkt er net zo over. En ook dat kun je je voorstellen. Prachtige natuur, heerlijk klimaat, alle ruimte. Maar dat is het natuurlijk niet alleen. Dit is hun land. Ze zijn hier geboren, naar school gegaan, hebben gestudeerd, vrienden gemaakt, zijn getrouwd, hebben kinderen gekregen, belasting betaald, tuinen aangelegd, en planten en dieren leren kennen. Ze houden van hun land. Al wordt de grond steeds heter onder hun voeten.
Angst

“We zijn net kikkers in een pan”, zegt Cathrien, het water waar we in zitten wordt steeds heter, maar we springen er niet uit.” Cathrien, 59, is tweede generatie Nederlander in Zuid Afrika. Ze is gescheiden, heeft drie volwassen dochters en een zoon, en woont in een buitenwijk van Kaapstad. Haar huis heeft acht kamers, in de tuin is een zwembad, en voor de garagedeuren staat een witte BMW. Een muur van twee meter hoog omheint het terrein. En de voordeur wordt nog afgeschermd door een ijzeren hek dat ook overdag op slot gaat. Naast het hek een bord van de particuliere beveiligingsorganisatie ADT “armed response” staat erop. 24 uur per dag rijdt er op kosten van de bewoners een patrouilleauto door de wijk.

Is dat allemaal nodig? Als je er niet aan meedoet, ben je het volgende slachtoffer. Maar ook in deze moderne forten kun je nog steeds ongewenst bezoek krijgen. “Ze worden steeds slimmer”, zegt Cathrien. “En ook steeds gewelddadiger.”

De verhalen die je hoort zijn inderdaad afschuwelijk. Vrouwen die worden vastgebonden, verkracht, en de keel wordt doorgesneden. Gisteren zette we de tv aan: eerste bericht: bende overvalt gezin en laat meisje in draaiende wasmachine achter. Vandaag in de krant: gezin voor de tweede keer overvallen; overvallers schieten op beveiligers en ontsnappen.

Bij ons zit de angst er binnen een week ook al aardig in. In Kaapstad namen we ‘s avonds de auto om naar restaurant Paradiso te gaan dat 200 meter van ons guesthouse af ligt. En ik keek er niet van op dat onze huur auto overdag was opengebroken. En nu zitten we in een luxe appartement in Simon’s town, een kustplaats op nog geen 40 kilometer van Kaapstad. De jacuzzi in de overdekte tuin uitzicht biedt uitzicht op zee, net als het terras van ruim 100 m2, waar de zwarte bediende ons ’s ochtends een uitgelezen ontbijt serveert. Geweldige luxe voor weinig geld. Maar we slapen slecht omdat er geen hek om ons huis staat.

Particulieren geven nu in Zuid Afrika bijna net zoveel aan beveiliging uit als de overheid: 40 miljard per jaar, 18 keer zoveel als tien jaar geleden. Met dat geld betalen ze voor bewakers, elektrische hekken, beveiligingscamera’s, waakhonden en surveillanten.

Iedere dag staan er in de kranten opinie-artikelen die op een of andere manier te maken hebben met het geweld. Sommigen spreken van een progrom tegen de blanken. Mbeki had een vrouw voor racist uitgemaakt die in haar weblog schreef dat blanken vanwege het zwarte geweld het land verlaten. De waarheid is geen racisme, schreef ze terug. Nu werkt ze aan een boek met alle reacties die ze op haar weblog kreeg.

20 % van de blanken verlaat het land. Vooral jonge gezinnen: ze zien hier geen toekomst voor hun kinderen. Uit een ander onderzoek bleek dat nog maar 31% van de blanken vertrouwen heeft in de toekomst van dit land, tegenover 76% van de zwarten en 37% van de kleurlingen.

De blanke studenten die we gesproken hebben willen ook allemaal na hun studie het land uit. De kinderen van Cathrien wonen en werken in Namibie, of willen daarheen.

Maar Cathrien zelf blijft. “Ik zal sterven in dit land”, zegt ze. “Dit land kleeft aan je.” En haar broer Tjeerd denkt er net zo over. En ook dat kun je je voorstellen. Prachtige natuur, heerlijk klimaat, alle ruimte. Maar dat is het natuurlijk niet alleen. Dit is hun land. Ze zijn hier geboren, naar school gegaan, hebben gestudeerd, vrienden gemaakt, zijn getrouwd, hebben kinderen gekregen, belasting betaald, tuinen aangelegd, en planten en dieren leren kennen. Ze houden van hun land. Al wordt de grond steeds heter onder hun voeten.

maandag 7 april 2008

Lion King in Kirstenbosch




De drie zwarte meisjes naast ons waren lange tijd stil. Ze zaten gezellig op een gewatteerde deken in het gras, dronken wijn uit zilverkleurige bekers en aten af en toe wat chips. Soms joelden ze mee met de rest van het publiek, maar dat viel niet op. Maar als de Bala Brothers op het podium verschijnen is er geen houden meer aan. Een van de meisjes met een zwart wit gestreept pof minirokje springt en danst en rent dan naar beneden om zich in de hossende meute voor het podium te begeven, en houdt ondertussen haar mobieltje op het podium gericht.

De Bala Brothers zijn drie zwarte zangers die onder begeleiding van een symfonieorkest balladen zingen. Ik kan niet navoelen wat de meisjes zo raakt. Maar de muziek maakt kennelijk wat los. Het is zwart voor het podium. Zoals het eerder wit was, toen het orkest met twee blanke popgroepen meespeelde. Ook het witte enthousiasme deed me niets.

Wie wel voor alles warm loopt is dirigent Richard Kock. Een grijzende zestiger met een maf blauw jack aan. Met Mister Bean-achtige mimiek praat hij de nummers aan elkaar: opera, blues, tango, hip-hop. Vooral Hollywood muziek doet het goed: nummers uit Pink Panther en de Circle of Life uit de Lion King vindt iedereen leuk. Grappige man die Kock, maar gelooft hij in wat hij doet? Of is hij een kat in nood, die aan populaire verwachtingen voldoet om te overleven?

Het is niet zo gek dat ik dit denk. We hebben net met Sjoerd Alkema gesproken. Hij is zelf dirigent en muziekpedagoog en zijn dochter speelt cello in het orkest. Sjoerd is grootgebracht met het klassieke repertoire, heeft veel orkesten gedirigeerd en musici opgeleid. Na afschaffing van de apartheid moest hij zich voordurend verantwoorden voor zijn “eurocentristische instelling”. Nu is hij noodgedwongen met vroegpensioen. De muziekopleidingen vallen nu onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Sport en Cultuur en worden geleid door managers die niet meer van muziek weten dan dat zwarten vooral van zang en dans houden. Van de 14 orkesten die hij onder zijn hoede had, zijn er nu nog 4 over. En de muziekopleiding is een chaos, sinds een Ghanees tot directeur werd benoemd. Helaas heeft hij geen verstand van muziek, aldus Sjoerd.

Het is stampvol op het grasveld voor het podium. Het publiek is enthousiast. En wat voor een muziek er ook komt, men blijft luisteren. Er lijkt een grote wil te zijn om iets te maken van het ideaal van de regenboognatie. Een van de zangers laat het publiek kiezen met welk nummer de groep zal vervolgen. Als hij dan afgaat op de hardste schreeuwers, zegt hij: kijk dit is nou echte democratie, door het volk voor het volk, zo zou het in de politiek ook moeten gaan. En zo gaat het natuurlijk ook, voegt hij er snel aan toe. En als er zich een polonaise slinger voor het podium vormt, probeert een blanke jongen met lang blond haar er zoveel mogelijk zwarten bij te betrekken. Dat lukt hem aardig. De wil is er. Al loopt ieder pas echt warm voor zijn eigen muziek.

Het concert vindt plaats in Kirstenbosch, een enorme botanische tuin aan de voet van Kaapstads beroemde Tafelberg. Als je naar boven kijkt zie je het rotsgebergte en beneden schitteren de witte flatgebouwen van Kaapstad. Zo rauw als het in de City is, met al het traliewerk voor de deuren, zo idyllisch is het hier. Duizenden planten. Bordjes die je aanmanen de planten vooral aan te raken en de bladeren tussen je vingers te wrijven, omdat het zo lekker ruikt. Met uitsterven bedreigde plantensoorten die het hier uitstekend doen. Medicinale planten, die Aids kunnen verzachten. Mannen achter kinderwagens, moeders met picknickmanden. Een Pakistaans homostel dat elkaar om de twee meter fotografeert. Meisjes die achter parelhoenders rennen. Verliefde stelletjes in het gras. Het gaat allemaal samen, niemand valt elkaar lastig.

Blanken geloven niet meer in de idylle. Slechts 37% van hen heeft vertrouwen in de toekomst, tegenover 75% van de zwarten. En twintig procent van de blanken verlaat het land omdat ze hier geen toekomst zien voor hun kinderen. Kan een witte dirigent daar nog wat aan doen? In ieder geval kan hij zwarte meisje laten gillen van enthousiasme.

zondag 6 april 2008

Met Hells Angels naar Kaapstad


Met Hells Angels naar Kaapstad

“One good fist is worth a thousand words”, staat op het t-shirt van de Hells Angel naast me in het vliegtuig naar Kaapstad. En hij is niet alleen. Voor ons, achter ons, naast ons: dikke koppen met stekelhaar, getatoeëerde armen, oorbellen, kettingen en horloges als slagschepen. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. Ieder bladert een half uurtje in een Penthouse en geeft hem dan weer door aan zijn maatje voor, naast of achter hem. Zoals ze ook kauwgom doorgeven en klappen op elkaars schouders.

Ik lees toevallig een citaat van Martin Bril: “In de wereld van de domheid staat op benul een straf, die meestal uit een ongecoordineerde scheldpartij of een klap voor je kanis bestaat.”

Misschien moet ik ze niet meteen dom vinden. Al hebben ze vuisten als mokers, ze kunnen ook als een kind zo blij zijn als ze Led Zappelin op hun vliegtuigkoptelefoon horen, en onhandig, als ze, net als ik, hun vliegtuigmaaltijd zonder morsen naar binnen proberen te krijgen, en aandoenlijk, als ze voor het slapen hun vliegtuigdeken om zich heen slaan.

Er zit toch ook een easy-rider kantje aan ze. En opkomen voor het bedreigde leven, misschien. Ik herinner me hoe ze voor het podium stonden bij een concert van de Rolling Stones in Den Haag. Er mocht niet weer iemand dood gedrukt worden tijdens zo’n concert. Daar zouden zij wel voor zorgen. En ik ben toen veilig thuisgekomen.

Maar als mijn buurman de hele nacht zijn koptelefoon op zijn kale kop met muziek op volle sterkte heeft staan, en de tv zijn gezicht blijft verlichten, en hij ook nog door zijn eigen schreeuwende horlogewekker blijft snurken, dan word ik minder mild gestemd. Dat wordt nog minder als ze na de landing hun bespijkerde zwartleren jacks aantrekken en terwijl ze hun bagage uit het rek halen hun zonnenbrillen opzetten.

Toch vraag ik wat ze gaan doen.
“Stukkie rijden”, zegt mijn buurman.

Met een rolkoffertje loopt hij door de smalle vliegtuiggang. Bij de douane stamelt hij: “Ik weet niet hoe het heet waar ik heen ga”. “Kamperen zeker”, zegt de douanevrouw, “met die andere motorrijders.” Want zij weet intussen wel dat er een groot internationale Hells Angels bijeenkomst is in Kaapstad. Het vliegtuig zat er vol mee.

Een dag later op een terras bij Camps Bay, zien we weer een stel. En daar heb je de man van de sterke vuist ook weer. Met twee andere Angels stapt hij in net zo’n kleine Opel Corsa als wij hebben gehuurd. Dat wel. Maar hij trekt weer geen bedelaars aan.

maandag 24 maart 2008

Een op de vijf witte Afrikaners vertrekt naar het buitenland

Twintig procent van de blanke Zuidafrikaners zoekt een beter leven buiten Zuid Afrika. (Rapport van het Suid-Afrikaanse Instituut vir Rassenverhoudingen). Ze zijn het zat verantwoordelijk gehouden te worden voor 350 jaar onderdrukking. Ze zien niet wat ze kunnen bijdragen aan een beter Zuid Afrika. De afgelopen 20 jaar heeft het ontbroken aan intellectueel en moreel leiderschap van de blanke Zuid Afrikaan. Er bestaat geen positieve visie op de bijdrage van blanken aan het nieuwe Zuid-Afrika. Ook de drie blanke partijen ( "Die Konserwatiewe Party (KP) onder leiding van dr. Andries Treurnicht, die Nasionale Party (NP) onder mnr. FW de Klerk en ’n liberale beweging onder leiding van dr. Frederik Van Zyl Slabbert") ontberen elk gezag en visie. (samenvatting artikel in De Burger).

donderdag 20 maart 2008

Liewer niks, als 5 verkeerde schawen


C. schrijft: "Het gaat om de schaaf self die erge dunne schyfjes snydt en lekker scherp blyft. Ik weet niet wat om aan jou te zeggen. Liewer niks, als 5 verkeerde schawen."

Ik wil niet met lege handen komen, maar kan nu niet verder overleggen.

"Ga met myn vriend en zyn 3 dogters naar hun vacantiehuis aan see, hogerop langs de suidkust, naby Mosselbaai."

Ze schrijft 'hogerop' terwijl ze naar het zuiden gaat. Is de zuidpool voor hun wat de noordpool voor ons is?

woensdag 19 maart 2008

Het snydt so lekker

C.'s reactie op de vraag Hoe Upper Gardens (Kaapstad) is, of de
oude moeder nog naar de kerk gaat, en of ze nog wat uit Nederland willen
hebben.

"Zo kunnen jullie ervaren waar alles begonnen is toen Jan van Riebeek daar aanlande, aan de voet van de manjefieke Tafelberg", schrijft C. "Helaas gaat moeder niet meer na de kerk, behalwe een keer per maand by haar in de Foyer als een ds. daar komt preken. Ze beweegt ook niet meer naar buiten, behalwe als ze elke vrydag naar de kapper moet of als een van ons haar voor een wandeling neemt en vaak onder protest.
Moeder houd zo van Maja seep. Ruikt heerlik. of Haagse hopjes,gekleurde hagelslag,echte hollandse kaas!! Hollandse teedoeken altyd welkom. Lekkere drop?
Kocht laatst een kleinerige kaasschaaf met ronde houten ha
ndvatsel. FISKARS Stainless Sweden staat erop. Het snydt so lekker. Als je het kunt krygen, dan wil ik er wel 5 van hebben, voor elke kind. Maar dan betaal ik ervoor. Dat sal wonderlyk zyn."


Ik vind twee schaven van Fiskars. Maar met een kunststof handvat. Welke wil ze? Ik stuur de plaatjes per mail en wacht af.

Zwart-Wit

We cannot build a non-racial society if we continue to look at each other in terms of black and white.
Sandile Memela in Mail&Guardian online

Kan een blanke dat ook zeggen?
Dat hangt er vanaf. Volgens Melissa Steyn zijn er vijf manieren waarop blanken hun blank-zijn zien:
1. blank-zijn is superieur en verbonden met vooruitgang in de wereld
2. blanken zijn slachtoffer van de nieuwe politieke orde in Zuid Afrika
3. blanken kunnen als blanken iets bijdragen aan het nieuwe Zuid Afrika
4. blank-zijn doet er niet toe, iedereen is gelijk
5. blank-zijn is een sociale constructie die allerlei voordelen heeft opgeleverd.
Obama zei gisteren in zijn rassenrede: erken de woede van de zwarten over het onrecht dat ze is aangedaan, maar vergeet ook niet de wrok van de blanken, die met lede ogen moeten toezien hoe zwarten worden bevoordeeld. Dat is de raciale impasse, die je niet zomaar achter je laat. Wonden kunnen alleen helen door samen te werken. En je moet altijd blijven geloven dat je je eigen lot in handen hebt.
Kortom: geen mooie praatjes, maar samenwerken.

Vormlose land

Ons Suid-Afrikaans woon in ’n vormlose land
Jan Rabie, 1948

Dit citaat komt uit 'Een mond vol glas', waarin Henk van Woerden zijn zoektocht beschrijft naar het leven van de moordernaar van Verwoerd, wiens verwarde, intense, zoekende leven volgens Van Woerden staat voor de geschiedenis van Zuid Afrika zelf.
Dimitris Tsafendas’daad vloeide voort uit … herkenbaar
trauma … heimee naar huis, zucht naar erkenning, afgesneden van de oorsprong …
echtheid … preoccupatie met zuiverheid.

zondag 16 maart 2008

Valreepgesprekkie

In het Zuid-Afrika Huis aan de Keizersgracht vroeg een vrouw waarom ik de boeken wilde lenen die op tafel lagen. Het ging om Playing in the light van Zoe Wicomb, en All we have left unsaid van Maxine Case. Ik vertelde dat Carien een boek wil schrijven over drie generaties blanke vrouwen in Zuid Afrika. "Zij is geinteresseerd in overgedragen vrouwenpatronen en wil weten hoe belangrijk culturele identiteit is voor emancipatie." "Leuk onderwerp", zei de vrouw, en ze stelde zich voor: Ena Jansen, hoogleraar Afrikaanse taal- en letterkunde aan de universiteit van Amsterdam.
Ze raadde aan ook boeken van Rayada Jacobs te lezen. Een moslims schrijfster. "Zijn er ook Zuidafrikanen die hun identiteit niet aan hun cultuur ontlenen, maar aan het land waarin ze wonen?" vroeg ik. Zeker, zij was er een van. "Het onrecht dat zoveel mensen is aangedaan, verbindt."
"Dit was een aardig valreepgesprekkie," zei ze bij het afscheid.
Ik kon het woord niet vinden in een Zuidafrikaans woordenboek. In het Nederlands komt 'valreepgesprek' wel voor. Het is het gesprek dat met asielzoekers wordt gevoerd voordat ze het land worden uitgezet. Zo wil ik het niet gebruiken. Wel als het gesprek op de valreep, dat vaak onverwacht verrassend is.